Erbse Parese / Obstetrisch Plexus Brachialis letsel

Het obstetrisch plexus brachialis letsel (OPBL)

Onstaat tijdens de geboorte van het kind door te grote trek.
Bij de geboorte wordt een draai- trekbeweging gemaakt aan het hoofd  ten opzichte van de schoudergordel. De kracht waarmee dit gebeurd is soms zo verhoogd, dat de hoek tussen hoofd en schouder te groot wordt waardoor de plexus brachialis aan een zijde beschadigd raakt.

De plaats van het letsel (Erb-Duchenne)

De plexus is een andere naam voor zenuwbundel. Deze zenuwbundel vertakt zich: we spreken van zenuwwortels, zenuwen en vertakkingen (uitlopers).
De zenuwbundel (plexus) kan op verschillende plaatsen beschadigd raken. Deze plaatsen hebben verschillende namen gekregen door de jaren heen. Zo is het meest voorkomende letsel de Erbse Parese (80 %). Het is een letsel van C5-C6 (soms C7). C staat voor cervicaal en betekent: nekwervel. Dus de 5e en 6e nekwervel. Deze wordt ook wel parese van Erb-Duchenne of bovenste plexusletsel genoemd.

Zichtbaar aan de arm is dan: een naar binnen gedraaide arm, een gestrekte elleboog en een naar beneden gedraaide handpalm. Dit is de zogenaamde “waiters tip position”.
Bij het onderste plexusletsel (1%), parese van Klumpke- Dejerine, is er uitval van de spieren van de pols en de hand. De schouder en elleboog hebben een goede functie.

Bij uitval van de totale plexus spreekt men van een “total flail” arm. Gebied van uitval: C4 -Th1. Dit letsel is zeer zeldzaam, evenals dubbelzijdige letsels en geisoleerde onderste plexusletsels.

De ernst van het letsel (Sunderland)

Hoe ernstig de beschadiging aan de zenuwbundel (plexus) is, wordt duidelijk in de tijd.  We kijken daarbij vooral naar het functionele herstel van de aangedane arm in de tijd. In het gunstigste geval treedt herstel op binnen enkele dagen. (1e graads letsel volgens Sunderland).

Bij een 2de graads letsel is herstel mogelijk, maar kan weken tot maanden duren. Het 3de graads letsel kenmerkt zich door een incompleet functioneel herstel: de uitgroei van zenuwuitlopers  is moeilijk door beschadiging in een deel van de zenuw. De Sunderland graden 4 en 5 kennen een slechte prognose van het functionele herstel doordat de continuiteit in de zenuw zeer ernstig beschadigd is, dan wel de wortel geheel is afgescheurd.

De uitgebreidheid van het letsel (Narakas)

De uitgebreidheid van het letsel, de ernst van de beschadiging en het gebied van uitval is door Narakas gecombineerd. Hij onderscheidt 5 typen, waarbij type 1 het minst ernstige letsel is met een goed herstel en type 5 het meest ernstige letsel zonder spontaan herstel.
Een type 2 bijvoorbeeld is een (klinische) uitval van C5 –C6 volgens Sunderland graad 2 - 3  en ook uitval van C7 volgens Sunderland graad 1-2 met vooral een beperkte schouderfunctie na 6 maanden.
Deze indeling is uiteraard pas achteraf vast te stellen.

Kinderfysiotherapeutische begeleiding

De kinderfysiotherapeutische begeleiding wordt in de meeste gevallen gestart 0-3 weken na de geboorte.
Wij begeleiden de ouders in het passief en actief oefenen van de aangedane arm. Ook letten wij op de algemene motorische ontwikkeling van het kind, met name ook of deze zo gelijkwaardig mogelijk verloopt aan de aangedane -en gezonde arm.

Wij geven hanterings – en positioneringsadviezen: hoe het kind het beste te dragen, aan –en uit te kleden, in bad te doen en neer te leggen.

Daarnaast geven we instructies hoe de schouder, elleboog, pols en hand soepel gehouden kunnen worden. Deze oefeningen worden langzaam uitgevoerd. Aan het eind van de beweging wordt deze stand voor tenminste 10 seconden vastgehouden. Er wordt meerder malen op een dag geoefend. De gezonde arm dient als vergelijking.

Dit wordt ingepast in de dagelijkse handelingen met het kind. Voor een pasgeborene geldt dat dat bij  elke verschoning, gemiddeld 6x per dag, gebeurt. Het wordt dus een normale zaak. Dit geldt zowel voor- als na een neurochirurgische operatie.

Het aanraken en bewegen van de arm is altijd goed om het kind gevoelsprikkels vanuit de arm te laten ervaren.
Spontane bewegingen zijn altijd goed en hoeven NIET te worden beperkt. Tenzij er een breuk van het sleutelbeen of de bovenarm is, dan is het beter om de eerste  drie weken niet boven de 90 graden te bewegen.
De gezonde spieren kunnen namelijk snel verkorten, waardoor de arm niet meer soepel in schouder, elleboog, pols en hand kan bewegen. De speciale hemdjes die het bewegen voorkomen, worden dan ook ontraden.
Lijkt het kind de mate en intensiteit van bewegen onaangenaam of pijnlijk te vinden, dan is het verstandig om het wat rustiger aan te doen.

Herstel

Wanneer er geen herstel optreedt in de eerste dagen na de geboorte, wordt de begeleiding aan huis gestart.
Belangrijk is op de leeftijd van 4 weken, 2 maanden en 3 maanden het functieherstel  te beoordelen.
Herstel van de m. biceps (een belangrijke buigspier van de elleboog ) is cruciaal.  Is deze bicepsfunctie op de leeftijd van 3 maanden niet of onvoldoende hersteld, dan volgt doorverwijzing naar een plexus brachialis centrum. In Leiden wil men graag de kinderen zonder elleboog strekking (m.triceps) al bij èèn maand zien.
Als de bicepsfunctie (en ook het zijwaarts brengen van de arm) merkbaar wordt rond de leeftijd van 3 –3 ½ maand, dan is er nog een redelijke  functie van de arm te verwachten.
Als de bicepsfunctie rond de leeftijd van 5 maanden nog zwak is, zal het functieherstel op den duur waarschijnlijk niet bevredigend zijn.
Primaire (eerste) operatieve reconstructie vindt bij voorkeur plaats voordat het kind 5 maanden oud is.

Meer informatie

De kinderfysiotherapeut

De kinderfysiotherapeut begeleidt kind en ouders bij het oefenen van de basis-motorische vaardigheden.
Voor kinderen van 0-3 jaar gebeurt dat aan huis. Een kind laat in zijn / haar vertrouwde omgeving meer zien. Spelenderwijs oefenen en veel herhaling maakt het voor het kind makkelijker om te leren.
Er wordt door de kinderfysiotherapeuten van kinderfysiotherapiegroningen samengewerkt met ergotherapeuten: Eerstelijns Kindertherapie Groningen. (www.ekgroningen.nl).
Op deze website kunt u informatie vinden over met wie, hoe en wanneer de gezamenlijke kindertherapeuten werken om uw kind en u de beste begeleiding te geven.

Voor een afspraak kunt u contact met een van de kinderfysiotherapeuten opnemen.
Wellicht heeft u een verwijzing gekregen van uw kinderarts of huisarts. Voor onderzoek en behandeling is een verwijzing niet noodzakelijk.